Netwerk VVD Utrecht

Vertrouwen is goed, controle is beter

Uit eigen ervaring. Een dierbare is opgenomen in een zorginstelling en krijgt een acute complicatie. Voor haar deur zitten twee vriendinnen die op bezoek willen komen maar niet naar binnen mogen. Zij zien licht paniekerige zorgverleners in en uit de kamer lopen en ze maken zich zorgen: wat is er aan de hand? Ze vragen het een zorgverlener maar die wil geen antwoord geven. “Dit soort informatie verstrekken we alleen aan de formeel afgesproken eerste contactpersoon.”

De eerste contactpersoon is daar natuurlijk op dat moment niet, die moet gebeld worden en hij alleen mag dan weer de informatie doorgeven aan de vriendinnen — die letterlijk voor de deur van de patiënt zitten en zich almaar grotere zorgen maken.

De complicatie blijkt niet ernstig, maar de rigiditeit van de zorgverleners is dat wel. Wat mij betreft een schoolvoorbeeld van de letter en de geest van een regeling. Volgens de letter van de wet mochten de zorgverleners die informatie alleen verstrekken aan de eerste contactpersoon, maar het is nogal wiedes dat de daar aanwezige vriendinnen héél véél meer aan die informatie hadden. Maar die afweging durfde het personeel niet te maken.

In dezelfde zorginstelling was het elektronisch patiëntendossier tip top op orde. Alle zorgverleners die langskwamen schreven een kort stukje over hun bevindingen, elke paar dagen werd dat bijgewerkt. Heel erg fijn voor de familie.

Kort daarvoor had de instelling onder verscherpt toezicht gestaan van de inspectie van de gezondheidszorg, onder meer vanwege gebrekkige dossiervorming. Daar hadden ze duidelijk van geleerd, maar het had kennelijk niet bijgedragen aan een cultuur van verantwoordelijkheid nemen.

Het is een notendop de discussie over regels en protocollen in de gezondheidszorg. Het uitgangspunt van veel beleid lijkt te zijn: ‘vertrouwen is goed, controle is beter’. We vertrouwen dokters en andere zorgverleners niet meer op basis van hun professionele kwalificaties, we willen dat hun prestaties meetbaar en daarmee vergelijkbaar en transparant worden. We verzinnen allerlei indicatoren die de zorgkwaliteit meten en daarmee verbeteren.

Het nadeel van indicatoren is dat ze noodgedwongen maar één aspect van het moeilijk vast te pakken concept ‘kwaliteit van zorg’ meten. En je krijgt wat je meet. In het geval van bovenstaande instelling dus inderdaad een puik elektronisch patiëntendossier. Maar ja…

De trend naar controle past bij het willen uitbannen van risico’s en het niet meer vanzelfsprekende vertrouwen in professionals. Misschien begrijpelijk, want ook beroepsgroepen hebben belangen en eigenaardigheden.

Maar de kritiek op “doorgeslagen” regeldrift en controle zwelt aan, zie bijvoorbeeld het manifest “Het roer moet om” van huisartsen. Dat krijgt inmiddels steun van de beroepsvereniging van artsen en van VVD-minister Schippers van Volksgezondheid. Volgens NRC is Schippers blij met de weerstand tegen regels. “Als wij van bovenaf gaan afkondigen hoe het gaat, dan komt het niet goed”.

Artsen en andere zorgverleners zien alle regels en controles als “wantrouwen”. Dat is inderdaad exact wat het is. Prestaties willen meten en vergelijken is georganiseerd wantrouwen.

De oplossing, vinden veel zorgverleners, moet zitten in herstel van “vertrouwen”. Iets anders geformuleerd: beroepsgroepen in de zorg willen hun autonomie terug, zij willen zelf weer kunnen bepalen wat ‘kwaliteit’ is. Nog scherper gezegd: de beroepsgroepen willen vooral zichzelf beschermen tegen inmenging van buitenaf. Maar zo zeggen zij het zelf liever niet.

Overigens deel ik de observatie dat er veel regels en indicatoren zijn die niet lijken bij te dragen aan betere zorg, maar het voetstuk voor de zorgverlener in de witte jas komt niet meer terug.Ik ben benieuwd wat de volgende minister van Volksgezondheid ervan vindt.

 

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/08/25/zoveel-regels-dat-voelt-als-wantrouwen-12673594-a1571131