Netwerk VVD Utrecht

Vakantieleestip: The Fountainhead

De zomer is aanstaande. Sommige mensen lezen dan weer eens een boek. Hier enkele overwegingen om “The Fountainhead” van schrijfster Ayn Rand uit 1943 tot je te nemen. Om te beginnen is het met 750 pagina’s in elk geval qua dikte een vakantieboek.

Ik heb het na jarenlang twijfelen toch maar gelezen. Van Rand had ik al het wat bekendere “Atlas Shrugged” gelezen. In dat intrigerende en ook veel te dikke boek gaat de wereld ten onder omdat de individualisten die met hun bedrijven de economie draaiende houden in een soort staking gaan. Het is een pleidooi voor individualisme en economische laissez-faire politiek. Zelf heeft Rand haar filosofie “objectivisme” gedoopt. Hoewel dat niet heel serieus wordt genomen door gangbare filosofen kent het wel een schare devote volgers. Rands werk is een soort bijbel geworden voor libertairen en de Amerikaanse tea party.

Met het doorploegen van Atlas Shrugged vond ik dat ik wel genoeg tijd had geïnvesteerd in het “objectivisme”. Maar een portret van The Economist over de nieuwe Britse minister van Binnenlandse zaken, Sajid Javid van de Conservatieve Partij, triggerde me om nu toch ook maar The Fountainhead te gaan lezen. “Twice a year Mr Javid makes a point of reading the courtroom scene in “The Fountainhead”, in which the hero proclaims that he would rather go to prison than bow down before the will of the crowd.”

Een andere reden om het boek te gaan lezen was dat het volgens Halbe Zijlstra geschikte vakantieliteratuur is. Althans, dat vertelde hij in 2015 tegen NRC Handelsblad. Toen hij op vakantie in het socialistische Cuba was, had hij naar eigen zeggen The Fountainhead gelezen: één groot pleidooi voor individualisme. Kwam dat even goed uit!

The Fountainhead vertelt het verhaal van een architect die tegen de heersende normen in ‘modernistische’ gebouwen ontwerpt. Dat wordt praktisch z’n ondergang, terwijl een ruggengraatloze collega, die bouwt wat de massa wil, roem en glorie opstrijkt.

Het verhaal heeft een merkwaardige aantrekkingskracht. De personages zijn bigger than life en vooral de principiële architect is zo compromisloos en rechtlijnig idealistisch dat bijna pijn doet. De andere personages – onder meer een femme fatale, een mediamagnaat en een columnist-cultuurcriticus – hebben bizarre verhoudingen tot elkaar en tot de architect. Het is moeilijk om je in te leven in de personages met hun extreme gedragingen, maar toch heeft het boek een stuwende kracht.

Je zou het een ideeënroman kunnen noemen, zoals de regisseur van toneelgroep Amsterdam, die in 2014 een toneelversie van het boek maakte. Het zet aan tot nadenken, maar je moet het ook weer niet al te serieus nemen.

Misschien is het wel net als met de ‘echte’ bijbel. Dat het boek kan inspireren is ook voor niet-gelovers nog wel te volgen. Maar het wordt gevaarlijk zodra mensen, groepen, politieke partijen de tekst letterlijk gaan nemen en het als gebod gaan zien. Als leidraad voor het inrichten van de maatschappij schiet het natuurlijk ernstig tekort. Ik vraag me vooral ook af hoeveel tea party-leden de vuistdikke boeken van Rand ook écht gelezen hebben, maar dat terzijde.

Kortom, als vakantieliteratuur voldoet het prima. Het is VVD-approved en je bent er even zoet mee!