Uit de Tweede Kamer

Wie de jeugd heeft…. 4 piekerpunten over het jeugdbeleid

Als iemand me vraagt hoe het bevalt in de Tweede Kamer kan ik oprecht en met een brede glimlach zeggen dat ik blij ben. De bijzondere en leuke werkomgeving, de bijzonder leuke werkbezoeken en gesprekken met mensen in het land en een portefeuille waar ik goed mijn tanden in kan zetten (jeugd, hoger onderwijs en wetenschap). Ik ben een blij ei.

Bovendien kan ik me goed vinden in de liberale opdracht die het regeerakkoord (en ons eigen verkiezingsprogramma) oproept in mijn portefeuille. Met andere woorden, ik heb ook

Piekeren is niet mijn ding, maar als het gaat om het jeugdbeleid zijn er toch wel een viertal vragen waarop ik nog geen optimistisch antwoord heb.

 

  1. Hebben de gemeentebesturen voldoende aandacht voor het jeugdbeleid?

Het ging weinig over het jeugdbeleid deze verkiezingscampagne. Dat terwijl juist gemeentes nu verantwoordelijk zijn, er veel geld in omgaat en eigenlijk ieder gezin gebruik maakt van jeugdzorg: 98% van de jonge kinderen heeft contact met de jeugdgezondheidszorg en 10% van de gezinnen maken gebruik van enige vorm van jeugdhulp en jeugdzorg. Met het jeugdbeleid geeft de gemeente prioriteit en vorm aan de toekomstige inwoners. Hopelijk is de mate waarin er over jeugd is gesproken tijdens de campagne geen maatstaf voor de rol van jeugd in de collegeprogramma’s en de aandacht van de raadsleden.

 

  1. Kunnen gemeenteraden met gezond verstand invulling geven aan hun controlerende taak?

De grootste ergernis van medewerkers in de jeugdzorg is de gegroeide administratieve last. Organisaties hebben extra personeel aangenomen, niet voor de zorg, maar voor de administratie. Dit komt voort uit de situatie dat elke gemeente zijn eigen lijstje criteria maakt. En elke gemeenteraad daar vaak bij elke begrotingsbehandeling of incident weer een paar criteria aan toevoegt. Al die criteria geven geen extra kennis, maar wel veel extra werk. Dat vervolgens niet aan goede hulp besteed kan worden. Hopelijk kunnen de nieuwe gemeenteraden zich beheersen.

 

  1. Durven gemeentes interdisciplinaire samenwerking af te dwingen?

Míjn grootste ergernis over de zorg voor jeugd is dat de verkokering nog niet voorbij is, ondanks de decentralisatie. Sterker, er zijn organisaties die ervoor pleiten om een deel van de jeugdzorg weer centraal te financieren en aan te sturen. Voor een deel gedreven door het vorige punt (teveel administratieve last en dat is een terechte), deels gedreven door belangentegenstellingen en onderling wantrouwen tussen professionals. Als een beroepsgroep aangeeft dat zijn ‘positie wordt ondermijnd’ door veranderende processen in de jeugdzorg, gaat er bij mij wel een alarmbel af. Het gaat toch om effectieve en liefdevolle zorg, toch niet om posities? Effectieve zorg is altijd interdisciplinair en gegeven door kundige professionals die goed kunnen samenwerken.

 

  1. Is er voldoende verbinding tussen jeugdbeleid en veiligheidsbeleid?

Vorig jaar ging ik mee op fietstocht door Overvecht met de handhavers. Tijdens die dag mee op pad werd me goed duidelijk hoe belangrijk het is om de mensen die met veiligheid bezig zijn, mee te laten kijken met de mensen die met zorg bezig zijn. Jeugdige inwoners die behoefte aan zorg hebben, uiten dat nogal eens door het criminele pad te verkennen. Voordat het écht fout gaat, moet de zorg aansluiten. Er is veel kennis en kunde, maar individuele casussen kunnen beter op elkaar afgestemd. In Amsterdam is er de Top600-aanpak die voortbouwt op dat inzicht. Maar, die gaat over veelplegers. Terwijl juist in de preventieve sfeer eenzelfde aanpak effectief kan zijn. Juist VVD-woordvoerders in de raden zouden deze verbinding goed kunnen gebruiken om een aantal straatschoffies op het rechte pad te helpen houden.

 

Heb jij aanvullingen of juist oplossingen voor mijn piekerpunten? Vanuit je kennis, ervaring of gewoon je betrokkenheid? Ik hoor ze graag! Mail me: j.tielen@tweedekamer.nl

 

OPROEP (aan studenten)

Studeer jij aan een hogeschool of universiteit? Heb je ideeën en ervaringen die je met mij als woordvoerder hoger onderwijs in de Tweede Kamer wil delen? Meld je dan aan voor mijn klankbordgroep: enkele tientallen studenten uit alle studentensteden die verschillende studies doen. Elke maand vraag ik die studenten om hun ervaringen te delen of mening te geven over een dan in de Tweede Kamer actueel onderwerp. Bovendien krijg ik ook tussentijds ergernissen en goede ideeën van leden van de klankbordgroep.

En twee keer per jaar zitten we met de groep samen om van gedachten te wisselen over wat beter kan in het hoger onderwijs.

Doe je mee? Mail: j.tielen@tweedekamer.nl