Netwerk VVD Utrecht

De buurt-app vergroot de veiligheid! Toch?

 

Een insluiper neemt een laptop mee. Jongens op een scooter tikken een autoruit in en stelen de navigatieapparatuur. En het meest recente dieptepunt: de nachtelijke diefstal van een Audi, zonder geluid of sporen van inbraak.Waarschijnlijk hebben de dieven overdag in het geniep het signaal van de draadloze sleutel opgenomen en ‘s nachts daarmee de auto gekraakt.

 

Op de whatsappgroep van de buurt, zo’n zestig huishoudens, komt nogal wat criminaliteit voorbij. Misschien wordt het in de hand gewerkt door het feit dat we als buurt zelfs twee appgroepen hebben. Eén voor ‘gezellige’ zaken en één voor meldingen over de veiligheid.

 

Het lijkt in eerste instantie nuttig en belangrijk om te weten, maar het draagt natuurlijk niet bepaald bij aan het gevoel van veiligheid in de buurt. Ik sta natuurlijk geen struisvogelpolitiek voor (als ik het niet zie, dan is het er niet), maar de spanning tussen de ‘feiten’ en ‘gevoel’ is wel interessant. Zoals een buurman opmerkte in de appgroep na een hausse aan steunbetuigingen en gemopper: “Het aantal inbraken in de buurt is wel afgenomen.”

 

Op landelijk niveau speelt natuurlijk precies hetzelfde. Misdaadcijfers laten grosso modo een dalende trend zien, maar dat vertaalt zich niet naar een groter gevoel van veiligheid bij de Nederlanders. Berichtgeving in de media speelt daar natuurlijk een rol bij. Criminaliteit is gegarandeerd en behapbaar ‘nieuws’ en kan rekenen op veel zendtijd. Elke bedreiging van de rechtsstaat is er een te veel, maar moet NOS-verslaggeefster Pauline Broekema nou van elk strafproces wekenlang gedetailleerd verslag doen? Om maar te zwijgen van De Telegraaf, de krant die de misdaden bij wijze van spreke verzint om de koppenmakers te plezieren en de verkoopcijfers op peil te houden.

 

Want wat zijn de cijfers? Het aantal geregistreerde misdrijven daalt al jaren. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) registreerde de politie in 2015 in Nederland bijna één miljoen misdrijven, terwijl dat er tien jaar eerder nog zo’n 1,3 miljoen waren. Het criminaliteitscijfer van de provincie Utrecht zit dicht bij landelijk gemiddelde, maar dat van de stad steekt daar ruim boven uit. Het CBS hanteert als maat het aantal misdrijven per 10.000 inwoners. Gemeenten met lage misdrijfcijfers zijn in 2015 Lopik (19,3), Wijk bij Duurstede (24,3) en Montfoort (25,7). Hoge misdaadcijfers zijn er in dat jaar in de gemeenten Utrecht (94,8), Nieuwegein (68,7) en Zeist (56,9).

 

Maar de nuftige rekenaars van het CBS weten natuurlijk ook dat het aantal misdrijven niet het hele verhaal vertelt. Daarom meten ze ook de “veiligheidsbeleving”. Daarbij vragen ze mensen hoe veilig ze zich voelen, en wordt de  “sociale overlast” in kaart gebracht, met vragen over ‘overlast van buurtbewoners’, ‘overlast van jongeren’ en ‘crimineel gedrag door jongeren’. De stad Utrecht doet het op beide scores beduidend slechter dan de omringende gemeenten. Het gevoel van veiligheid is lager en de sociale overlast groter.

 

Hoe zouden de oprukkende buurt-appgroepen hieraan bijdragen? In mijn buurt-app worden namelijk niet alleen concrete misdrijven gemeld, maar ook hangjongeren op het schoolplein, ongure types op scooters en een verdacht langzame wandelaar met een migratieachtergrond (die NRC Handelsblad bleek te bezorgen).

 

Maar het is niet alleen angst en onrust dat de klok slaat. De appgroep draagt natuurlijk sterk bij aan het wijkgevoel en een gezamenlijk verhaal. Een socioloog zou het misschien wel ‘sociale cohesie’ noemen. De buurman wiens auto gestolen was kreeg van drie kanten een leen-auto aangeboden. “Dat is het mooie van ons buurtje.”