Op zoek naar invloed in Brussel

Door: Rinze Benedictus

Over de diepverdeelde stad Brussel hangt de schaduw van terreur. Zwaarbewapende soldaten patrouilleren door de straten en mensen zijn bang om met de metro te gaan.

 

 

Maar boven de ‘hoofdstad’ van Europa hangt ook de politieke dreiging van een Brexit. Als Groot Brittannië via een referendum verkiest de EU te verlaten heeft dat enorme gevolgen. Dit heeft een verlammend effect op alle onderhandelingen over welk onderwerp dan ook waar Groot Brittannië bij betrokken is.

Dat is het decor van een bezoek dat ik in mei aan Brussel bracht in gezelschap van een groep Nederlandse wetenschappers.
Missie: gesprekken voeren met ambtenaren van de Europese Commissie die betrokken zijn bij de verdeling van 80 miljard euro subsidie aan Europese wetenschap, het zogenaamde Horizon2020-programma. Het idee is van dichtbij mee te maken hoe de subsidieverdelers praten en denken en om zaadjes te planten over het belang van bepaalde onderwerpen waar Nederlandse wetenschappers goed in zijn.

Als zo’n zaadje vruchtbare aarde treft, kan het uitgroeien tot iets moois. Dat wil hier zeggen: een grote subsidiepot voor wetenschappelijk onderzoek waar Nederlanders in uitblinken en waar Nederlandse onderzoekers vervolgens flink van kunnen profiteren. Dat is bijvoorbeeld gelukt bij onderzoek naar antibioticaresistentie. Nederlandse onderzoekers hebben daar miljoenen en miljoenen voor gekregen, maar wel na jarenlange inspanning achter de schermen. Nederlandse wetenschappers halen overigens al jaren veel meer geld uit de Europese subsidiepot dan de Nederlandse overheid erin stopt (link).
Maar, toegegeven, voor mijn gezelschap is Brussel in eerste instantie vooral een abstractie, een ondoordringbare bureaucratische moloch met Noord Koreaanse transparantie. Na enkele presentaties duizelt het van de afkortingen, programma’s, directoraten, green papers, ambities, visiedocumenten, richtlijnen, joint actions… Geen wonder dat in Brussel op 20.000 ambtenaren ongeveer evenveel lobbyisten rondlopen. Ook mijn gezelschap wordt letterlijk en figuurlijk bij de hand genomen door EU Liason Officers en Nederlandse vertegenwoordigers in Brussel. Het zijn onmisbare Sherpa’s in dit moeilijk begaanbare terrein.

Onze gesprekken en petit comité met Brusselse ambtenaren verlopen in goede sfeer.
De wetenschapsgebieden die wij vertegenwoordigen staan al aardig op de kaart in de Brusselse bureaucratie, zo blijkt uit de positieve respons. Wellicht hebben we eerder geplante zaadjes water gegeven. De tijd zal leren hoe het doorwerkt in de subsidiestromen.

In de trein terug naar Nederland lees ik in de Financial Times dat Britse wetenschappers zich zorgen maken.
Bij een Brexit worden zij in één klap afgesneden van de Europese wetenschapssubsidies, waar Britten traditiegetrouw een onevenredig groot aandeel van binnenhalen. Net als in Nederland zijn Britse onderzoekers de afgelopen tien jaar steeds afhankelijker geworden van Europees geld. Daarnaast zou een Brexit betekenen dat onder andere de European Medicines Agency, die geneesmiddelen op de markt toelaat, uit Londen vertrekt.
Daarmee gaan banen, prestige en aantrekkingskracht op farmaceutische bedrijven verloren.

In de hotellobby klonken de avond ervoor een half dozijn talen. Naast Duits, Engels en Frans ook wat minder bekende varianten. Allemaal in Brussel op bezoek om het Europese beleid te beïnvloeden.
Maar als je niet meer meedoet, heb je ook geen invloed.