Criteria in plaats van aantallen

politie

 

Door: Queeny Rajkowski

 

 

 

Kunnen we het niet beter hebben over criteria in plaats van aantallen?

“In Utrecht is een 37-jarige man aangehouden na een brutale straatroof. Daarbij is een slachtoffer op het Lucasbolwerk lichtgewond geraakt. De straatroof werd op de voet gevolgd door surveillerende agenten en door medewerkers van het cameratoezicht in de Binnenstad.” Dit bericht was 5 oktober jl. te lezen op rtvutrecht.nl. Het bericht laat zien hoe cameratoezicht werkt en dát het werkt. In de raad van donderdag 20 november is gesproken over cameratoezicht. Het debat liep over van symboolpolitiek. Kunnen we het niet een keer over feiten hebben? Zeker als het gaat over veiligheid van onze inwoners.

Het is geen geheim dat de VVD voorstander is van de inzet van cameratoezicht als het gaat om handhaving van de openbare orde. Als camera’s op de juiste plekken met de juiste doelen worden geplaatst dan werkt het. En wat werkt er dan precies? Woninginbraken kunnen worden gesignaleerd en inbrekers op heterdaad gepakt, serieaanranders opgepakt en er kan worden ingegrepen bij (uitgaans)geweld en ga zo maar door. Kortom: Utrecht wordt er veiliger door en dát vindt de VVD belangrijk.

Goed, terug naar de raad. We bespraken in de raad het ‘beleidskader cameratoezicht 2015-2018’, zo’n mooie ambtelijke term. Concreet is in dit kader te vinden aan welke criteria cameratoezicht moet voldoen en hoeveel camera’s er maximaal in Utrecht mogen hangen. We hadden in Utrecht namelijk een maximum van 87 ‘openbare orde’ camera’s. Waarom 87? Dat getal is ooit gekozen, omdat de technische systemen niet meer dan 87 aankonden. Het is dus historisch zo gegroeid, maar het hadden er net zo goed 79 of 93 kunnen zijn. Dit getal zegt in die zin dus vrij weinig. Zoals ik net al zei: zo’n getal zegt verder weinig. Het is zinvoller om te praten over de criteria van het ophangen van camera’s dan over de aantallen. En wat gebeurde er in de raad? Precies: we hebben het over aantallen. D66, GL en PvdD wilden ongeacht welk argument bewerkstelligen dat het maximaal aantal camera’s zou dalen en dat is ze nog gelukt ook.

 

Samen met het CDA probeerden wij het debat een andere kant op te duwen en dienden zelfs de motie in om helemaal geen (maximum) aantal camera’s vast te stellen. Het gaat ons namelijk niet om hoeveel camera’s er hangen, maar dat er camera’s ingezet kunnen worden als dat nuttig en nodig is. Of dit in de praktijk betekent dat er 20 of 100 camera’s in onze gemeente hangen, maakt niet uit. Het gaat immers om het doel en niet om symboolpolitiek, daar wordt Utrecht niet veiliger of beter van.

Afrondend: de VVD maakt graag gebruik van het instrument cameratoezicht. Niet omdat, wij camerafetisjisten zijn, niet omdat wij tegen privacy zijn, niet omdat wij dat leuk vinden. Nee, omdat het werkt en we hierdoor Utrecht weer een stukje veiliger kunnen maken.